In memoriam Geert Hidding (1952 – 2021)

Na een kort ziekbed is op 31 maart 2021 Geert Hidding overleden. Geert was van studiejaar 1970, sinds 2015 bestuurslid van Principia, en sinds 2016 voorzitter van de SES (Senior Expert Support) groep.

Binnen Principia was Geert een vernieuwende en bindende kracht, met een bijzonder oog voor de ontwikkeling van het ledenbestand, en hij maakte zich zorgen over de geringe aanwas, de hoge gemiddelde leeftijd en over de afnemende animo bij jongere alumni om lid te worden. Daarnaast was de gezelligheid voor hem heel belangrijk.
Geert was actief betrokken bij de organisatie van de Principia-prijs: als jurylid, en later ook bij het leggen van contacten met het Noordelijke bedrijfsleven. De ervaringen uit zijn werk als algemeen directeur van Neopost in Drachten kwamen daarbij goed van pas. Geert woonde al ruim 35 jaar in Friesland maar hij was opgegroeid in Twente, en het land “van de Tukkers” had een speciaal plekje in zijn hart.
Binnen SES was Geert één van de trekkers bij de opdracht van SEFFF (Stifting Elektrysk Farre Fryslan) voor het ontwikkelen van een goedkope elektrische aandrijving voor de pleziervaart. Doel was om het elektrisch varen aantrekkelijk te maken voor de “man-met-de-gewone- portemonnaie”. Geert kwam daarbij op het idee om uit te gaan van een goedkope naafmotor zoals die in grote aantallen voor elektrische scooters in China wordt gefabriceerd. Hij ontdekte dat de karakteristieken van dit motortype bijzonder goed passen bij de karakteristieken van een efficiënte (grote, langzaam draaiende) schroef. Het ontwerpen, bouwen (en inbouwen van deze aandrijving in de SEFFF-sloep “MienSkip”), alsmede de complete testconstructie voor het meten van de belangrijkste parameters en daarna het uitvoeren van de metingen… dit alles gaf Geert veel voldoening en energie. Zelfs op zijn ziekbed bleef hij tot het laatst toe nog meedenken en ideeën aandragen.
Daarnaast had het meedenken met de Twentse studententeams voor de Shell Eco Marathon (waterstof-auto) en voor de Solar Boat zijn warme belangstelling, waarbij hij zich er over verbaasde, dat de studenten steeds weer probeerden om het wiel uit te vinden. Ook was hij in het kader van elektrisch varen betrokken bij de begeleiding van enkele studenten.
Geert was mede-oprichter van ons huiskamer-discussieclubje “Duurzaam Noord”. Met een vijftal eigenwijze Twente ingenieurs hebben we vele discussies gevoerd en door techneuten-ogen gekeken naar de plannen van de regering, gemeentes, KIVI, Berenschot en Energieleveranciers.
Doel was om zin van onzin te onderscheiden en de materie echt te begrijpen en in kaart te brengen. Hier beleefde Geert veel plezier aan en vooral in het “helikopteren” was hij sterk. Hij bestookte ons regelmatig met getallen en columns (onder andere van Ronald Plasterk) om zijn argumenten kracht bij te zetten. En na afloop was er dan altijd weer de gezelligheid met bijpraten over thuis en over de wereld, met natuurlijk een biertje erbij.
Geert genoot van onze Principia-bijenkomsten en vond het belangrijk om actief te blijven en zowel zich zelf als anderen te prikkelen.

Geert we zullen je missen.

Anne F. van der Meer Rene Scheltes

Duurzaam Noord

Duurzaam Noord

Duurzaam Noord is een huiskamer-discussieclubje van Principia-alumni, woonachtig in Noord Nederland. In 2020 heeft dat geleid tot een krantenartikeltje “Energietransitie en waterstof” over de productie van waterstof uit zonnestroom in (zuidelijke) landen met een overvloed aan zon. Ook in 2021 hebben we – ondanks de Coronacrisis en deels digitaal – regelmatig van gedachten gewisseld.  Een greep uit de belangrijkste onderwerpen dit jaar:

  1. Berenschot rapport “Klimaatneutrale energiescenario’s 2050”. In dit rapport worden 4 scenario’s uitgewerkt, waarbij is uitgegaan van de “sturing” van de nederlandse energietransitie: (1) lokale/regionale sturing, (2) nationale sturing, (3) europese sturing, en (4) internationale sturing.

 

De belangrijkste overall trends zijn “Van  aardgas, grijze stroom in 2020 naar groene stroom, geothermie en H2 in 2050.”

Per sector valt op:

  • In de bebouwde omgeving gaan we van aardgas naar groene stroom.
  • Mobiliteit gaat van olie naar stroom en afhankelijk van het scenario ook naar H2 en biobrandstof.
  • In de Industrie verdwijnt gas nagenoeg en neemt olie licht af. Hiervoor komt in de plaats H2 en neemt stroom toe. Meest opvallende is dat olie op een niveau tussen 400-700 PJ blijft.

 

  1. Strategie Gasunie / ontwikkeling Eemshaven. In een kranteninterview geeft CEO Gasunie (Han Fennema) een duidelijke kijk op de bedrijfsstrategie om zich te ontwikkelen van “gastransportbedrijf” naar een “duurzame energie-infrastructuur-onderneming”. Dit gaat gepaard met een investeringsplan van  7 miljard Euro. is onderdeel van de plannen voor een Nederlands waterstofnet (“waterstof-backbone”), in 1e instantie gedacht voor de industrie.
  1. Gemeentelijke transitieplannen.

Elke gemeente moet uiterlijk eind 2021 een energie-transitieplan klaar hebben. Eén van de Duurzaam-Noord leden (Gert Colenbrander) betrokken bij de plannen voor zijn woonplaats Hoorn. Voor meer details zie “Een heel andere visie op de warmtetransitie in Hoorn“. Ook hebben we deelgenomen aan een video-sessie van de gemeente Westerkwartier, en zijn er eerste contacten gelegd met de gemeente Smallingerland (Drachten). Tevens hebben we regelmatig gedachten-, en ervaringsuitwisseling met alumnus Steven Olthof in Hengelo, die aldaar in een vergelijkbaar inspraak-proces participeert. Overal valt op, dat in de opdrachtformulering van het rijk de opties met huisverwarming door waterstof op voorhand wordt uitgesloten. In Den Haag is waterstof is voor de industrie gedacht. Ook worden door de doelstelling, dat elke gemeente zijn eigen energie op zou moeten wekken, interessante – regionale of nationale – opties uitgesloten.  In dit kader ontstond een interessante optie voor een toekomstig huishoudelijk energiegebruik, zie plaatje hieronder.

Naast deze onderwerpen komt er elke keer weer een keur aan actuele Duurzaamheids-onderwerpen langs. Daar vinden we meestal wel iets van, en het is steeds weer leuk om dat uit te wisselen en te bediscussiëren.

 

De Wilgen, Friesland

Anne F van der Meer

Een andere visie op de warmtetransitie in Hoorn

Wereldwijd hebben we met elkaar de afspraak gemaakt dat we in 2050 geen fossiele brandstoffen (kolen, aardolie, aardgas) meer zullen gebruiken. Dus moeten we vervangers voor deze fossiele brandstoffen zien te vinden. In 2020 voorzag elektriciteit voor ongeveer 20% in de energiebehoefte van Nederland; voor de overige 80% werd daarin voorzien door olie en gas. De verwachting is dat in 2050 ongeveer 50% geleverd zal worden door elektrische energie, duurzaam opgewekt uit zon en wind. De overige 50% zal moeten worden geleverd door een vervanger van olie en gas. Deze vervanger van olie en gas mag geen koolstof bevatten, omdat dit element bij verbranding het broeikasgas CO2 oplevert. Gelukkig bestaat er waterstof, dat bij verbranding of bij elektriciteitsopwekking in een brandstofcel alleen schoon water uitstoot in de atmosfeer.

Maar waterstof komt als gas nauwelijks voor op aarde. De grootste hoeveelheid waterstof zit in een chemische verbinding met zuurstof: water. Water is te splitsen in waterstof en zuurstof door elektrolyse. Om waterstof op een duurzame manier te produceren is er daarom duurzaam opgewekte elektrische energie nodig: energie uit zon en wind.  Om voldoende waterstof te produceren in 2050 zal er een enorme hoeveelheid duurzame elektrische energie beschikbaar moeten zijn. De windmolens en zonneparken die deze duurzame elektriciteit moeten leveren, nemen een grote hoeveelheid ruimte in beslag en er zijn maar weinig Nederlanders die dit graag in hun buurt zien. Het ligt daarom voor de hand dat deze waterstof wordt geproduceerd in gebieden met weinig menselijke bewoning en een overvloed aan zon en wind. Landen in  Zuid-Europa en Noord-Afrika, maar ook IJsland staan al klaar om Europa van waterstof te voorzien. Maar ook Australië en Chili maken plannen in die richting. Waterstof kan onder hoge druk als gas door bestaande of nieuw aan te leggen leidingen worden getransporteerd of bij heel lage temperatuur in vloeibare vorm door tankers. Of in de vorm van chemische verbindingen waaruit de waterstof op eenvoudige wijze kan worden vrijgemaakt en die als vloeistof bij omgevingstemperatuur kunnen worden vervoerd.

Nederland heeft een enorm netwerk aan aardgasleidingen en tests hebben aangetoond dat dit netwerk met geen of kleine aanpassingen geschikt is voor het transport van waterstof. Diezelfde tests hebben ook aangetoond dat cv ketels kunnen worden aangepast zodat waterstof in plaats van aardgas als brandstof kan worden gebruikt. Uit toepassing van de Startanalyse 2020 van het Expertise Centrum Warmte blijkt dat voor het merendeel van de woningen in de Kersenboogerd vervanging van aardgas door waterstof de optie is met de laagste nationale kosten om van het aardgas af te gaan. Uitzondering is het centrumgebied van de Kersenboogerd waar aansluiting op een warmtenet de laagste kosten met zich meebrengt. Dit levert een totaal andere kijk op de warmtetransitie in Hoorn dan wat er geboden wordt in de Transitievisie Warmte Hoorn, die in juli 2019 door de Gemeenteraad is vastgesteld. Daarin wordt de bewoners alleen de keus gelaten tussen installatie van een “all-electric” warmtepomp en aansluiting op een warmtenet. Een direct gevolg van het feit dat Hoorn in 2040 een energie-neutrale gemeente wil zijn. Wat betekent dat er op het grondgebied van de gemeente evenveel duurzame energie wordt opgewekt als er verbruikt wordt. Afgezien van het feit dat de argumentatie voor deze keuze ontbreekt, is het ook onmogelijk om dit op het beperkte grondgebied van de gemeente te realiseren.

Er zal in 2050 ook veel vraag naar waterstof zijn uit andere hoeken dan de bebouwde omgeving. Met name vanuit de industrie en als brandstof in gasgestookte elektrische energiecentrales om aan de piekvraag aan elektrische energie te kunnen voldoen en om warmte aan warmtenetten te leveren. Het is aan onze lokale en landelijke overheid om er voor te zorgen dat er in 2050 voldoende waterstof beschikbaar is om onze woningen mee te verwarmen.

Gert Colenbrander   Hoorn, 13 januari 2021

Energietransitie en waterstof

In 2020 kwam ongeveer 80% van onze energiebehoefte uit fossiele brandstoffen (aardolie en aardgas).  De resterende 20% komt uit elektriciteit.

Bij verbranding van fossiele brandstoffen wordt CO2 uitgestoten. Dat moet in 2050 afgelopen zijn om catastrofale klimaatveranderingen te voorkomen. Daarom moet er een transitie plaatsvinden naar het gebruik van duurzaam opgewekte elektrische energie (zon en wind).  Echter, de deskundigen zijn het er over eens dat in 2050 in ongeveer de helft van onze energiebehoefte zal worden voorzien door elektriciteit en de andere helft nog steeds door brandstoffen. Deze brandstoffen mogen geen koolstof bevatten en dan is waterstof de enige overblijvende mogelijkheid.

In 2050 zal er dus een enorme vraag zijn naar duurzaam geproduceerde, groene, waterstof. Voor toepassingen in de procesindustrie, als brandstof voor gascentrales, voor mobiliteit en voor het verwarmen van woningen en andere gebouwen.

Maar om deze groene waterstof te produceren moet een enorme hoeveelheid groene stroom beschikbaar zijn. Het meest gehoorde geluid is dat we deze duurzame elektrische energie in Nederland moeten opwekken. De consequentie is dat we een heel groot gedeelte van ons dichtbevolkte land en het ons omringende water vol moeten zetten met zonnepanelen en windmolenparken. Maar niemand wil die dingen in zijn achtertuin hebben. Om nog maar niet te spreken over de congestie die dat zal veroorzaken op de elektriciteitsnetten.

Zou waterstof niet beter (en goedkoper) geproduceerd kunnen worden in dunbevolkte gebieden die rijk gezegend zijn met zon en wind? In de Sahara? Spanje?, Portugal? Australië? Chili? IJsland?  Die waterstof zou dan in vloeibare vorm per tanker naar Europa vervoerd kunnen worden. Die laatste vorm van transport is door Shell al decennia lang toegepast voor het transport van aardgas. Zou dit een kans voor Shell kunnen zijn om in de energietransitie een voortrekkersrol te vervullen? Opnieuw een wereldwijde producent van fossielvrije brandstof?

 

Rene Scheltes, Anne F. van der Meer – De Wilgen

Energietransitie wijk “de Nijverheid” in Hengelo OV.

In het kader van het overheidsproject PAW (Programma Aardgasvrije Wijken)  heeft de gemeente Hengelo OV een project gestart om de wijk “de Nijverheid” aardgasvrij te maken en hiervoor een subsidie van 4,25 M€ gekregen. Een aantal bewoners van de wijk zijn als lid van adviescommissies en als deelnemer aan gemeentelijke werkgroepen betrokken bij dit project. Op deze manier geeft de gemeente Hengelo invulling aan bewonersparticipatie in het project en hoopt  ze draagvlak te creëren voor de te kiezen oplossing.

De volgende alternatieven voor het aardgasvrij maken zijn onderzocht:

  • Warmtenet.
  • Hybride warmtepomp op duurzaam gas (biogas of waterstof).
  • Combi CV ketel op waterstof.
  • Warmtepomp (All electric).

De kosten van deze alternatieven zijn in een business case naast elkaar gezet. Ter vergelijking is ook de huidige standaard oplossing met een combi CV ketel op aardgas toegevoegd aan de business case.
De uitkomst van het onderzoek was dat alle alternatieven duurder uitvallen dan de combiketel op aardgas. Een warmtenet, waarvan de gemeente Hengelo door de beschikbaarheid van industriële afvalwarmte een groot voorstander is, bleek ook een relatief dure oplossing voor de Nijverheid te zijn. Bovendien kleven aan deze oplossing nog problemen betreffende duurzaamheid, toekomstbestendigheid en afhankelijkheid van een monopolist.

De bewonerscommissies zijn meer voorstander van hybride warmtepompen of een CV ketel op waterstof.  De all electric oplossing, waarbij een elektrische warmtepomp voor de verwarming en voor de warmwatervoorziening van het huis zorgt, is alleen mogelijk voor zeer goed geïsoleerde woningen, waardoor deze oplossing niet geschikt is voor het overgrote gedeelte van de woningen van de wijk.

Het grootste probleem voor de alternatieven op basis van waterstof is de beschikbaarheid hiervan.
Voor deze wijk is eigenlijk de enige oplossing om de waterstof in de directe omgeving te maken met behulp van een elektrolyser. In een elektrolyser kan met behulp van (groene) stroom waterstofgas uit water worden geproduceerd.

Omdat de gemeente Hengelo de waterstof alternatieven eigenlijk niet serieus wilde bekijken heeft ondergetekende als lid van een adviescommissie en lid van de Senior Expert Support groep van Principia met een aantal medestanders de waterstofoptie wat verder uitgespit. In dit kader zijn er besprekingen geweest met de Gasunie, de NAM, het ECW, een leverancier van duurzame energie, de netbeheerder, een leverancier van elektrolysers, een leverancier van gasgestookte warmtepompen en diverse deskundigen op het gebied van waterstof.
Hieruit bleek dat de waterstof optie wel degelijk een reëel alternatief voor een warmtenet kan zijn met lagere kosten voor de bewoners.

Het Principia netwerk was hierbij van groot belang, omdat hieruit veel informatie beschikbaar kwam en nuttige contacten tot stand konden worden gebracht. Ook discussies met Principia leden (o.a. uit de duurzaamheidsgroepen van SES) waren heel effectief om betrouwbare informatie boven water te krijgen en goed onderbouwde standpunten te bepalen.

 

Hengelo, April 2021, Steven Olthof

SES-projekt: “NAM afvalwater”

In 2018 ontving PRINCIPIA een verzoek van de Stichting Stop Afvalwater Twente (SSAT) om het Royal HaskoningDHV (RHDHV) rapport “Herafweging Verwerking Productiewater Schoonebeek” (2016) van kritisch commentaar te voorzien. Een van de beschouwde alternatieven in deze Herafweging betreft het opslaan van het productiewater (dat vrijkomt bij de winning van olie in Schoonebeek) in een aantal uitgeproduceerde gasvelden in Twente. SSAT is van oordeel dat de waterinjecties gepaard gaan met niet acceptabele risico’s doordat het niet te voorkomen is dat grote hoeveelheden zout in oplossing gaan vanuit de steenzoutlagen die de gasvelden afsluiten. Met als gevolg het ontstaan van sinkholes met desastreuze gevolgen. Na bestudering van het RHDV rapport kwam ik tot de conclusie dat het onwaarschijnlijk is dat bij de komende herafweging in 2021 de keuze voor de verwerking van het productiewater zou vallen op het door SSAT voorgestelde alternatief: zuivering van het productiewater en lozing op het oppervlaktewater. Dat alternatief kost veel meer energie dan de opslag in een gasveld en is aanzienlijk kostbaarder.

Daarop heb ik voorgesteld om in de komende herafweging de toepassing van een circulair proces mee te nemen. Het productiewater bevat aanzienlijke hoeveelheden zout, dat afkomstig is uit de watervoerende waterlaag (aquifer) die het Schoonebeek veld flankeert. In het circulaire proces wordt de productiewaterstroom gesplitst in een waterstroom waarin al het zout is geconcentreerd (de brijnstroom) en een ultrapuur waterstroom die gebruikt wordt om de stoom te genereren die gebruikt wordt om de olieproductie van het Schoonebeek veld te stimuleren. Daarmee is het voorgestelde proces in dit opzicht circulair. De splitsing van de waterstromen vindt plaats in de Nieuwater fabriek die bij de huidige procesvoering in gebruik is om voedingswater voor de stoomopwekking te maken uit het effluent van de RWZI Emmen.  Deze fabriek maakt gebruik van membranen en dat vergt veel minder energie voor de zuiveringsstap dan het destillatieproces dat is voorgesteld in het 2016 herafwegingsrapport van RHDHV. Bovendien hoeft er dan geen nieuwe fabriek te worden gebouwd voor de zuiveringsstap. De UTwente heeft deze toepassing van de Nieuwater fabriek onderzocht en, naar verluidt, is dit met enige aanpassingen en uitbreidingen, geschikt bevonden voor toepassing in het circulaire verwerkingsproces. In het tweede kwartaal van 2021 zal, naar verwachting, een rapport hierover het licht zien.

 

In het circulaire procesvoorstel wordt de brijnstroom geïnjecteerd in de watervoerende laag (aquifer) die de begrenzing vormt van het Schoonebeek olieveld. Dan gaat het zout terug waar het vandaan kwam en hoeft het niet meer in de Twentse gasvelden te worden geïnjecteerd. Dit maakt het proces 100% circulair. NAM bestudeert momenteel ook dit aspect van het circulaire procesvoorstel en denkt in kwartaal 2 van 2021 met een rapport hierover te komen dat, evenals het rapport over de toepassing van de Nieuwater ultrapuur water fabriek, gebruikt zal worden in de Herafweging Productiewater Schoonebeek 2021.

 

Gert Colenbrander, 1 mei 2021

Principia in Coronatijd (2)

Nu Corona langer duurt dan velen van ons voorzien hadden, moeten we vaststellen dat de invloed op Principia groter is dan we hadden gedacht. Het is gewoon even een beetje stil geworden rondom onze alumnivereniging…

 

  • De Principia Masterlunchlezing (samen met Newton)  is in 2020 niet doorgegaan en is voor 2021 voorlopig verschoven naar het laatste kwartaal van het jaar
  • De Principia-prijs 2021 – dito
  • De WB-alumninieuwsbrief – dito (nadat we op de website de gevolgen van Corona hadden gepubliceerd viel gewoon weinig meer te melden)
  • De Shell Eco Marathon 2021 – dito
  • De Solar Boat Race 2021  – dito
  • De voorgenomen WB-excursie “Duurzaam Varen” naar een werf in Vinkeveen – dito
  • De Shadowing days  (samen met Newton) activiteit(afstudeerstudenten snuffelen een hele dag bij een jonge WB-alumnus) – dito
  • De UT was/is voor een groot gedeelte dicht

Wat overeind bleef

  • De Principia-website     http://principia.utwente.nl/
  • De SES (SeniorExpertSupport)-activiteiten  “Innovatieve elektrische aandrijving voor pleziervaartuigen”, zie website,  artikel over het “NAM-afvalwaterprojekt” in voorbereiding
  • De Duurzaam discussiegroepen (in het bijzonder Duurzaam Noord, ook hier is een website-artikel in voor bereiding)

Nieuw

  • Voor het laatste kwartaal 2021 hebben we samen met het nieuwe Newton-bestuur een Duurzaamheidsdag gepland

Nu het eind van de Corona-ellende langzaam in zicht komt, hopen we stap voor stap de draad weer op te pakken.

 

Namens het bestuur

 

Anne F.van der Meer

Ontwerp een innovatieve e-aandrijving voor pleziervaartuigen (3)

In aansluiting op twee eerdere berichten over dit SES-project (zie elders op de website) hierbij een update van de verdere voortgang….
Met de thermometer vannacht op -10 en Elfstedenkoorts in de krant begin ik aan deze update over het Senior Export Support project “Ontwerp een innovatieve e-aandrijving voor pleziervaartuigen”.

Met onze ongewijzigde opdracht om een zo efficiënt en goedkoop mogelijke e-aandrijving te realiseren hebben we ons het afgelopen half jaar vooral gericht op het zo goed mogelijk in kaart brengen van de verschillende deelrendementen van de door ons ontworpen en gebouwde e-aandrijving. Dit betekent het zo goed mogelijk meten van alle parameters die bijdragen aan deze deelrendementen en het bepalen van de relatie tussen sleepkracht en stuwkracht.
Om het motorrendement (Elektrisch vermogen in/Mechanisch vermogen uit) en het schroefrendement (Mechanisch vermogen in / (Schroefas stuwkracht x vaarsnelheid uit) goed te meten moest er aan de installatie van onze aandrijving in de MienSkip-sloep nogal wat omgebouwd worden. Met al onze ervaring gingen we daarbij natuurlijk uit van meten = weten, maar achteraf hadden we uit moeten gaan van “nog beter meten = zeker weten”. Want we waren te optimistisch.

De motor vrij ophangen ging best vlot. De momentarm hebben we helaas wel 3 keer opnieuw moeten bevestigen op de motor-as en ook de krachtopnemer voor de axiale kracht (stuwkracht) is wel 3 keer opnieuw geplaatst. Natuurlijk speelde ons minimale onderdelenbudget en het ontberen van een werkplaats met een goed machinepark ons parten maar toch bleek het allemaal een stuk lastiger dan vooraf gedacht om een goede meetconstructie te maken. Maar het plezier om samen aan de boot te “knutselen” en de goede onderlinge sfeer zorgden voor veel voldoening en uiteindelijk een goed resultaat. Daar waar de eerste meetsessies veel spreiding vertoonden waren we over de laatste meetsessie, na de nodige verbeteringen aan onze meetopstelling, dik tevreden.

Na afloop van deze laatste meetsessie is er toen wat opgedronken; resultaat moet je tenslotte vieren.
Hieronder zie je, als voorbeeld van één van de metingen het meetresultaat voor de stuwkracht t.o.v. de sleepkracht zoals gemeten in 2019. Gelukkig toont deze grafiek aan dat de stuwkracht iets anders is dan de sleepkracht want dat was vorig jaar de aanleiding om o.a. de stuwkracht te willen meten. Om een bewegende boot steeds sneller te laten varen heb je namelijk steeds meer stuwkracht nodig. Mag je best even over nadenken.

Is het project nu klaar?
Nee, zeker nog niet. Zo werken we momenteel samen met de NHL (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden) aan een meer professionele bediening die o.a. vaarsnelheid maar ook resterende accucapaciteit aangeeft. Ook willen we in het voorjaar nog een ander schroeftype proberen om te zien of daar meer rendement uit te halen is.
Genoeg te doen dus in het voorjaar maar nu eerst even schaatsen.
Mede namens Gert, Anne en Geert,
René Scheltes

Principiaprijs 2020/2021

In samenwerking met Isaac Newton heeft Principia de laatste jaren om de twee jaar het “Principiaprijs”-evenement georganiseerd.  Vanwege het grote enthousiasme vorig jaar was besloten om ook dit jaar op 19 november 2020 dit gebeuren te herhalen. Dan wordt in het onderwijsprogramma een dag vrijgespeeld, en werken teams van 3 WB-studenten aan een technisch probleem uit de praktijk, ingebracht door een bedrijf.

Aan het eind van de dag worden de team-resultaten beoordeeld door een jury (bestaande uit ingenieurs van het bedrijf, van de UT en van Principia), en het winnende studententeam gaat er met een prijs van 1000 euro per persoon (de Principia-prijs) vandoor.

Voor dit jaar had het Innovatiecluster Noord Nederland (voorheen Innovatiecluster Drachten) haar medewerking toegezegd.

Briefing Principiaprijs 2019

Tot het allerlaatste moment is er gewerkt om dit evenement op 19 november 2020 doorgang te laten vinden, maar, zoals bij zo veel Principia-activiteiten – kon ook deze happening door de verscherpte Coronamaatregelen niet doorgaan.

Maar uitstel is in dit geval een afstel: het goede nieuws is, dat we in overleg zijn om de happening alsnog op 29 april 2021 door te laten gaan. De inspirerende samenwerking met het Isaac Newton bestuur mag in deze niet ongenoemd blijven.

 

Ir. Anne F. van der Meer